Menu

Private Wilfried Acorn

CA 1e Para Battalion / 6e Airborne Divisie

Private ( soldaat) Acorn behoorde tot het 1e Canadese parachutisten bataljon. Dit bataljon was onderdeel van de 6th Britse Airborne Division.
Deze divisie was vanaf 22 januari 1945 tot 19 februari in Buggenum en Haelen gelegerd.

Het bataljon was verantwoordelijk voor de geallieerde fontlijn langs de Maas rond Buggenum.De frontsector rond Buggenum besloeg ongeveer 3 kilometer.Om inlichtingen te verzamelen moesten dagelijks (meestal in de nachtelijke uren) patrouilles naar de overkant van de Maas gestuurd worden om de Duitse stellingen te verkennen. Ondanks de vele, vaak avontuurlijke, patrouilles die de Canadese elite-eenheid uitvoerde vielen er in Buggenum aan Canadese zijde geen doden door gevechtsacties.

Toch waren er onder de Canadezen in deze periode 2 slachtoffers te betreuren door ongelukken. Een ervan was Wilfried Acorn die op 18 februari 1945 door een sergeant- majoor van zijn bataljon per ongeluk werd doodgeschoten. Tijdens het schoonmaken ging het wapen van de onderofficier af . De kogel trof Wilfried Acorn dodelijk. Nog dezelfde dag werd hij in Buggenum in een veldgraf begraven. Later in 1945 werd hij overgebracht naar het Canadese militaire kerkhof in Groesbeek. Ook Private M. Petrow overleed op 2 februari 1945 in Haelen aan een schotwond die hij had opgelopen tijdens het schoonmaken van zijn wapen. Private M. Petrow is begraven op het oorlogskerkhof van Venray.

Door Dhr. Hugo Levels

Corporal James Henry Price

UK 7e Seaforth Highlanders / 15th Scottish Division

Korporaal James Henry Price behoorde tot de A- kompagnie van het 7e bataljon Seaforth Highlanders (15th Scottish Division). Op 23 december 1944 was Korporaal Price met zijn peloton gelegerd langs de Maas in Neer. Een strategisch en dus gevaarlijk gebied vormden de pal langs de Maas gelegen boerderijen die ongeveer 1 kilometer ten oostzuidoosten van Neer liggen. Het gebied staat bekend onder de naam “ Wienerte”. Vrijwel dagelijks waren er in november en december 1944 incidenten tussen Duitse patrouilles, die in bootjes de Maas overroeiden, en Britse eenheden die de Maasfrontlijn moesten bewaken.

Het Britse peloton had op 23 december in vroege ochtend de Britse wachtposten bij de twee boerderijen afgelost. Het was een koude mistige morgen. In de dichte mist lukte het rond 08.30 in de ochtend ( het was net licht) 5 Duitse fallschirmjager behorende tot het Fallschirmjagerregiment Hermann om in een rubberboot de Maas over te komen. Korporaal Price liep even later met een andere soldaat naar buiten om een wachtpost af te lossen. Ze liepen recht in de armen van de Duitsers. De Duitsers namen de 2 verbaasde Britten gevangen. Korporaal Price herstelde zich snel en trachtte in de mist te ontsnappen maar werd door de Duitsers neergeschoten. Hij overleed ter plaatse. De andere Britse soldaat trachtte eveneens te ontsnappen maar werd ook beschoten. Hij raakte gewond aan een been maar wist te ontsnappen. Gealarmeerd door het lawaai kwamen ook de andere Britse soldaten naar buiten. Er ontstond een vuurgevecht waarbij aan beide zijden nieuwe slachtoffers vielen. Aan Britse zijde vielen nog 2 gewonden. Aan Duitse zijde viel er 1 gewonde en sneuvelde een onderofficier. De drie andere Duitsers wisten in de mist te ontsnappen over de Maas. Korporaal Price afkomstig uit Birmingham werd begraven op Britse militaire kerkhof in Venray.

Door Dhr. Hugo Levels

Soldaat Godefriedus ( Gort) Pas

NL 17e Grensbataljon

Godefriedus Pas werd geboren op 16 januari 1904 te Borkel en Schaft. Op 29 augustus 1939, bij het begin van de mobilisatie, werd Gort Pas opgeroepen voor militaire dienst. Hij was vrijgezel die bij zijn ouders woonde en werkzaam was in een zagerij. Hij werd ingedeeld bij de 1e Compagnie van het 17e Grensbataljon onder bevel van majoor J. Hamm.

10 mei 1940. Duitse troepen overschrijden rond 03.45 in de ochtend de Nederlands-Duitse grens. Rond 04.30 deden de Duitsers bij de brug van Roermond een eerste poging om de Maas over te komen. Rond 05.30 uur verscheen Duitse artillerie in Roermond op de oostelijke maasoever. Het artillerievuur op de Nederlandse kazematten en loopgraven nam met het uur toe.

De sectie van Gort Pas onder bevel van Sergeant Rangelrooij kreeg vanuit Horn, waar het bataljonshoofdkwartier van het 17e Grensbataljon was gevestigd, de opdracht om naar de brug bij Roermond te gaan. De groep kreeg vervolgens ter plekke aangekomen van Kapitein Van Oorschot het bevel om dekking te zoeken in een stelling langs een bunker (codenaam S –25) bij de verkeersbrug over de Maas bij Roermond. Rond 07.00 in de ochtend werd de stelling getroffen door een Duitse granaat. Er werden 5 Nederlandse soldaten op slag gedood. Een soldaat raakte zwaar gewond en overleed later die dag.

De 6 soldaten die sneuvelen zijn:

Soldaat A. Van Driel uit Poederoijen ( 20 )
Soldaat L. Bennink uit zuidwolde (19 )
Soldaat G. Pas uit Borkel en Schaft ( 36 )
Soldaat G. Jansen uit Kaatsheuvel ( 20 )
Soldaat K. Pollen uit Beesel ( 20 )
Soldaat A. Van de Bruggen uit Cromvoirt ( 20)

Gort Pas ligt begraven op de Gem. Begraafplaats Kapel in 't Zand te Roermond Daarnaast sneuvelden nog 24 Nederlandse militairen langs de Maas tussen Neer en Heel.

Door Dhr. Hugo Levels

Sergeant-Majoor Silberman

BE Brigrade Piron

Vanaf eind september 1944 werd de frontlijn langs het kanaal Wessem-Nederweert te hoogte van Thorn-Ittervoort- Hunsel bezet door de Belgische Brigade Piron. Op de zuidelijke oever van het kanaal hadden de Duitsers enkele kleine bruggehoofden die een gevaar vormden voor de grote Geallieerde aanval over de kanalen die gepland stond voor 14 november 1944.

In de middag van de 11e november 1944 kreeg de commandant van de brigade, Kolonel Piron, bevel van de Britse generaal Ross om een bruggehoofd ter hoogte van het buurtschap Santfort te veroveren. De opdracht was om na het verdrijven van de Duitse fallschimjager zelf stellingen vlak langs het kanaal te betrekken. De aanval begon om 18.30 uur. Een peloton van de Belgische brigade sloop in de richting van de Duitse stellingen. De Duitse reactie van de fallschirmjager van het bataljon Grafing was fel. Zwaar artillerie- en mortiervuur kwam neer tussen de Belgische soldaten. De commandant van het peloton, onderluitenant Rogge, raakte gewond. De Sergeant Majoor-Silberman snelde in een jeep te hulp om de luitenant te evacueren. Op de terugweg reed de jeep op een mijn. Beide inzittenden waren op slag dood. Luitenant Gerard Rogge was zojuist 20 jaar geworden.

Door Dhr. Hugo Levels

Corparol Wilfried Clifford Harper

Uk 4e K.S.L.I. / 11th Armoured Division

In de koude winternacht van 3 op 4 januari 1945 bevond een patrouille van D- kompagnie, 4e bataljon Kings Shropshire Light Infantry zich in het buurtschap De Weerd. Om 02.45 zagen de Britten een Duitse patrouille voorbijsluipen die even tevoren vanuit Roermond de Maas was overgestoken.

De Duitse fallschirmjager waren zwaar bewapend met pantservuisten en vlammenwerpers. Ze behoren tot de 1e kompagnie van het 24e Fallschirmjagerregiment dat gelegerd was in Roermond. De Britten openden het vuur op de Duitsers. In het vuurgevecht dat hierop ontstond sneuvelden Korporaal Harper en soldaat Ward. Drie anderen Britten raken zwaar gewond. Aan Duitse zijde vielen 3 gewonden en sneuvelde een fallschirmjager. Na een half uur durend vuurgevecht trokken de Duitsers zich terug. Aan Duitse zijde sneuvelde Jager Werner Federlechner net 18 jaar oud.

Jager Federlechner werd aanvankelijk begraven in een veldgraf in Roermond maar werd later overgebracht naar het Duitse militaire kerkhof te IJsselstein. De beide Britse soldaten liggen begraven op het Britse militaire kerkhof te Swartbroek.

Door Dhr. Hugo Levels

Luitenant Bob Jacobs

UK 1/5 Welch Regiment / 53 Welch Division

In de avond van 17 november 1944, een dag na de bevrijding van Haelen en Buggenum, ging Luitenant Jacobs op inspectie bij de Britse soldaten van het 1/5e Welch bataljon. Een kompagnie van het bataljon dat in Buggenum gelegerd was moest de frontlijn bewaken langs de Maas.

Op de terugweg naar Haelen, het was intussen donker geworden, werd Bob Jacobs door een Britse wachtpost bij de Napoleonsbaan staande gehouden en verzocht om het wachtwoord te roepen. De wachtpost was nerveus doordat er de vorige nacht enkele Duitse patrouilles de Maas waren overgestoken en tot bij Haelen waren doorgedrongen. Hij had de uitdrukkelijke opdracht om bij de minste twijfel te schieten.
De reactie van Jacobs op de vraag van de wachtpost is tot op de dag van vandaag onduidelijk. Feit is dat de wachtpost op luitenant Jacobs geschoten heeft. Luitenant Jacobs werd dodelijk getroffen. Hij is begraven op het Canadese militaire militaire kerkhof in Groesbeek.

Door Dhr. Hugo Levels

Private Arthur Johnson

Uk 1e Gordon Highlanders / 15th Scottish Division

Het is 14 november 1944 in de namiddag. De grote aanval over de kanalen door 3 Britse divisies staat op het punt van beginnen. De aanval wordt begonnen met een enorme artilleriebeschieting. Ter hoogte van Schoor staan de soldaten van het 1e bataljon Gordon Highlanders ( 51e Schotse Highland divisie) klaar om met canvas boten het kanaal Wessem- Nederweert over te steken. Zo ook het peloton van Private ( soldaat) Johnson

Het is 16.30 de artilleriebeschieting verplaatst zich naar het achterland. Het begint schemerig te worden. De soldaten van de Gordon Highlanders pakken in groepjes van 8 man 4 boten. Ze lopen in de richting van het kanaal. Plotseling belanden er 2 Duitse mortiergranaten tussen de Schotse soldaten. Er vallen 4 doden en diverse gewonden. Soldaat Johnson is een van de slachtoffers. Bij de oversteek vallen onder de soldaten van het 1e Gordon Highlanders bataljon er in totaal 10 doden en 22 gewonden.
Arthur Johnson is begraven op het Britse militaire kerkhof in Nederweert.

Door Dhr. Hugo Levels

Private Albert Leese

UK 1e Manchester Regiment / 53 Welch Division

Het is de nacht van 26/27 november 1944. Soldaat Leese zit is zijn stelling in de velden ten oosten van Haelen nabij het kruispunt met de Napoleonsweg. Hij behoord tot een zware mitrailleurgroep van de C-compagnie (1e Manchester bataljon). Rond 01.30 in de nacht komen er vanuit het oosten geluiden van vliegtuigen. Wat hij op dat moment niet weet is dat het de eerste Duitse straalvliegtuigen zijn ( Messerschmidt 262). De vorige dag hebben deze straaljagers al aanvallen uitgevoerd op Britse artilleriestellingen tussen Neer en Roggel.
Die nacht werpen de straaljagers bommen op de stellingen van de Britten. Twee bommen komen bij de stellingen neer. Soldaat Leese wordt door een granaatscherf dodelijk getroffen. Hij is begraven op het Canadese militaire kerkhof te Groesbeek.

Door Dhr. Hugo Levels

Mattie Tugendhaft

NL Joods onderduiker

Al in 1933 zag de Nederlandse regering zich geconfronteerd met de komst van aanzienlijke aantallen Joodse vluchtelingen uit Polen en Duitsland. Vooral in het begin waren er veel onduidelijkheden omtrent het officiële beleid van de regering in deze zaak. Nadat op 25-11-1942 de Duitse joden in Nederland hun nationaliteit verloren en stateloos werden kon hulp niet langer uitgesteld worden. Al gauw raakten de Limburgers vertrouwd met het vluchtelingen vraagstuk en men kreeg steeds meer begrip voor de netelige situatie van de Joden. Velen spraken hun afschuw uit over de jodenvervolging en de hulp aan joden kreeg al snel een georganiseerd karakter en men was bereid grote risico's te lopen om deel te nemen aan deze hulp. Vaak was deze hulp een nevenactiviteit van de verzetsorganisaties. Van de 140.000 joden die voor de oorlog in Nederland woonden, overleefden slechts 34.000 de oorlog en hiervan zijn ongeveer 2500 – 3500 personen via Limburg uitgeweken naar het buitenland of in Limburg ondergedoken. Ze waren praktisch allemaal zeer goed behandeld en hun hulpverleners hadden enorme risico's gelopen en velen hadden dit met de dood moeten betalen. Voor iedereen was de bevrijding dan ook het einde van een gruwelijke nachtmerrie, voor een enkeling zelfs in meerdere opzichten.

De schuurdeur

Dit is een verhaal over verdriet en pijn…
Dit is een verhaal over teleurstelling en onbegrip…
Dit is het verhaal van een man die toen een kleine jongen was…
Dit is een oorlogsverhaal.

Majer Tugendhaft werd als Joods jongetje geboren op 20 november 1937 in Maastricht.
Zijn vader was van Poolse afkomst maar had jaren in Düsseldorf Duitsland gewoond. Duitsland werd in die jaren echter gekenmerkt door economische crises en inflatie waardoor er grote werkloosheid heerste. Hitler wees de joden aan als oorzaak van al deze ellende en toen hij in 1933 de absolute macht kreeg in Duitsland, werd het voor de familie Tugendhaft ondoenlijk om daar nog langer te wonen. Dhr. Tugendhaft vertrok in 1934 naar Maastricht waar hij de dochter van de Rabbijn ontmoette. Ze werden stapel verliefd en trouwden in 1936.Uit dit huwelijk werden twee kinderen geboren: een jongen: Majer, en een meisje. Aangezien Pa Tugendhaft natuurlijk voortreffelijk Duits sprak, hielp hij vaak als tolk de Joodse gemeenschap te communiceren met de Duitsers. Zo wist hij zich nog diverse jaren staande te houden in een steeds vijandelijker wordende wereld. De rechten van de joden werden stap voor stap beperkt en de joodse gemeenschap kwam in een steeds groter isolement, de noodzaak om onder te duiken werd steeds dwingender. Vader en moeder Tugendhaft namen hun kinderen van 5 en 3 jaar bij zich en vertelden hen dat ze weg moesten uit hun gezellige buurt omdat de Duitsers waren gekomen en hen kwaad wilden doen. Ze moesten ergens anders gaan wonen, niet meer bij elkaar, en ze mochten niet meer hun eigen naam houden. Majer mocht uit enkele namen kiezen en nam uiteindelijk de naam Mattie Gevers aan.

Nachtmerrie

Vader en moeder Tugendhaft zorgden er samen met diverse heldhaftige mensen en o.a. een katholieke geestelijke voor, dat hun dochter ergens in België kon onderduiken. Zelf doken ze onder in Maastricht en de geestelijke nam Mattie onder zijn hoede. Mattie verbleef op diverse plaatsen en al die tijd wisten zijn ouders niet waar hij was. Zo zat hij bv. een tijdje in een katholiek klooster, maar toen de feestelijke tijd van Pasen dichterbij kwam moest hij weg omdat het risico van ontdekking te groot was. Hij verbleef op adressen in Sittard, Hoensbroek en Heerlen tot hij op een bepaald moment, ergens in 1943, door de pater naar een adres in Midden-Limburg, in het Leudalgebied werd gebracht. Hij kwam terecht bij een boerengezin met drie kinderen, alle drie ouder als Mattie, twee jongens en een meisje. Het gezin woonde op een grote boerderij en achter de grote schuurdeur lagen de stallen van de paarden en koeien. Het werd Mattie's taak 's morgens vroeg de paarden naar het veld te brengen. Wat begonnen was als toch een beetje een avontuur, werd echter al gauw een ware nachtmerrie. In de vroege ochtenduren, als de boerin de koeien ging melken op het land, stond de heer des huizes op en haalde Mattie uit het bed waar hij samen met een van de zonen van de boer in sliep. Waarom begreep hij niet, en dit is ook nooit duidelijk geworden, maar op dit vroege uur begon de boer met zijn sadistische mishandelingen van het kleine joodse jongetje: De boer hing hem op met een touw aan zijn nek tot hij net niet stikte, dan maakte hij hem los en herhaalde het ritueel. Soms moest hij zich uitkleden en in de kou in zijn nakie rondrennen, of andere dagen verdronk hij hem bijna in de sloot. Vreselijke dingen! Toen Mattie zijn been gebroken had en niet mocht lopen van de dokter, moest hij van de boer toch de wei in gaan met de paarden waardoor hij prompt viel en met zijn andere been in een riek terecht kwam. Toen hij een ontsteking aan zijn oor had sneed de boer dit weg met een broodmes (!) en nam en passant de helft van zijn oor mee.

Al deze dingen en nog vele anderen gebeurden achter de schuurdeur, als de vrouw des huizes naar het land was om de koeien te melken. De kinderen van de boer protesteerden wel eens als hun vader Mattie kwam halen, maar zij konden hem ook niet helpen, en Mattie was doodsbang… Hij had panische angst voor de boer! Als de boer op het veld bezig was met de ploeg moest Mattie hem een paard brengen. De boer begon dan meteen te sarren waarna Mattie het veld in dook zodat de boer hem niet kon vinden, maar hij wist dat hij daar de volgende ochtend weer voor moest betalen…

Dat bestaat niet...

Van tijd tot tijd kwam de pater bonnen brengen. Hij werd dan altijd ontvangen in het opkamertje en ook Mattie mocht daarbij zijn. Aangezien de boer hem echter nooit alleen liet met de pater durfde Mattie niets te zeggen. Na het gebeuren met het oor vertelde de boer dat Mattie een ontsteking had gehad en dat de dokter dit verkeerd had behandeld, doch Mattie had nooit een dokter gezien… Op weer zo'n helse ochtend echter, kwam de boerin eerder terug van het land en trof Mattie aan terwijl hij in de bijkeuken, half blauw, aan een touw hing. Ze schrok zich wezenloos en een enorme ruzie volgde. Na die dag verloor de boerin Mattie nooit meer uit het oog en korte tijd later werd hij door de pater afgehaald en naar een ander adres gebracht en wel in Klimmen (Zuid Limburg). Op doorreis kwamen ze in Maastricht en mocht hij even zijn ouders zien: dit was een drama...

Mattie schreeuwde en huilde en vertelde over alle verschrikkingen die hij had meegemaakt doch zijn ouders konden hem niet geloven: dat bestond toch niet dat iemand zoiets deed, zeker niet iemand die toch zijn leven ervoor waagde om je te laten onderduiken in zijn huis, nee, dat bestond niet… En Mattie kon niet bij hen blijven, dat was veel te gevaarlijk. Mattie kwam hierna terecht in een gezin in Klimmen waar hij nog woonde tot het einde van de oorlog. Hij heeft daar (voor zover mogelijk natuurlijk) een heerlijke tijd gehad en heeft altijd contact gehouden met zijn tijdelijke pleegouders. Na de oorlog is hij met zijn ouders terug gegaan naar het boerengezin in het Leudal-gebied omdat Mattie's vader hen een geldelijke tegemoetkoming wilde geven voor hun grootmoedigheid. De boer vroeg echter zo'n absurd bedrag dat ook Mattie's ouders er met een wrang gevoel vertrokken, maar nog altijd konden ze zijn verhaal niet geloven, "ach, dat bestaat toch niet" zeiden ze altijd.

Onbegrip

Alle dagen van zijn leven zat Mattie echter met een knagend gevoel van onbegrip en twijfel in zijn hoofd: had hij zich dan werkelijk alles slechts verbeeld? Had hij onbenullige voorvallen opgeblazen tot groteske mishandelingen? Zijn oor dat er afschuwelijk had uitgezien was jaren later door plastische chirurgie weer enigszins toonbaar gemaakt, maar de littekens op zijn ziel wilden niet genezen! Toen hij dan ook in 1993 op bezoek was bij een goede vriend in Midden-Limburg en ze het weer eens over zijn oorlogsbelevenissen hadden, vatte hij het plan op om eens rond te gaan rijden in het Limburgse land om op zoek te gaan naar zijn herinneringen. Dat deden ze en al vlug herkende hij bepaalde elementen in het landschap tot op een bepaald moment de schuurdeur in zijn blikveld verscheen… Een schok was het, een enorme schok, en de emoties werden hem teveel. Hij wilde niet meer verder zoeken en ging terug naar zijn woonplaats Amsterdam...

Tien jaar duurde het voor hij weer de moed opvatte om nog eens te gaan zoeken. Hij ging weer met zijn vriend en hun beider vrouwen op zoek. De boerderij was nu vlug gevonden en ook de sloot bevond zich op de exacte plaats van zijn herinnering. Toen zijn vriend twee mannen zag werken op het land vroeg hij hen wie er in de oorlog op deze boerderij woonde en of ze iets wisten van onderduikers tijdens de oorlog. Och ja, zei een van de mannen, daar heeft vroeger in de oorlog zo'n klein joods jongetje ondergedoken gezeten en die is vreselijk mishandeld!!! Het was alsof er een bom viel in Mattie's hart en de wereld heel even stil bleef staan: het was wel waar! Zijn herinneringen hadden hem niet verraden! Tijdens de daarop volgende gesprekken vielen alle stukjes van de puzzel op hun plaats. Hier was eindelijk de bevestiging waar hij al die jaren naar had gezocht! Niet om wraak te nemen of om nu een heroïsch verhaal te kunnen vertellen, nee, om eindelijk in die spiegel te kunnen kijken en zichzelf recht aan te kunnen zien. Om eindelijk tegen zijn ouders te kunnen zeggen: zie je nu wel, het is echt gebeurd, doch helaas waren zijn ouders inmiddels allebei gestorven.

Waarom?

Mattie heeft geen wraakgevoelens jegens de familie van de boer waar dit alles heeft plaats gevonden. Hij is er zelfs altijd mee bezig geweest een verklaring te zoeken voor de dingen die de boer deed, want het was allemaal zo tegenstrijdig: van de ene kant waag je je eigen leven voor een joods kind, van de andere kant probeer je zelf dit kind bijna in het graf te jagen! Misschien was het hele onderduik gebeuren het idee van de boerin en was de boer het er niet mee eens? Misschien wilde de boer Mattie zo bang maken voor de Duitsers dat hij hen nooit zou verraden? Misschien had de boer zelf een trauma opgelopen? Op de vraag "waarom" zal hij echter nooit een antwoord krijgen aangezien ook de boer inmiddels jaren geleden overleden is. Dit was het verhaal van een man die nog steeds door het leven gaat met zijn "onderduik"-naam Mattie. Zijn echte naam kent bijna niemand en zijn leed houdt hij verborgen achter een immer gulle lach…

*bron: Het Verborgen Front van Cammaert

Dit verhaal is waar gebeurd doch om onnodig leed te voorkomen bij eventuele nog in leven zijnde familie leden van de betrokkenen, wordt hier geen plaats genoemd waar het een ander is voorgevallen en geen persoonsnamen met uitzondering van de naam van de hoofdpersoon.

Door Mevr. Ria Schmieder



Mattie Tugendhaft - De schuifdeur - Door Ria Schmieder

Feldwebel Ulrich Konietzny

DE 107e Panzerbrigade

Feldwebel Konietzny , geboren op 2 mei 1922, is 22 jaar oud als hij in september 1944 als commandant van een Duitse ``Panthertank`` op het station in Venlo aankomt. Zijn eenheid , de 107e Panzerbrigade, wordt ingezet nabij Veghel om de Amerikaanse parachutisten, die hier geland, zijn te verdrijven.

Hiertoe beschikt de eenheid over 45, door de Geallieerden gevreesde, Panthertanks.
De 107e Panzerbrigade wordt in de loop van de maand september en oktober verder terugedreven in de richting van Venlo en Roermond. Tijdens deze terugtocht worden er zware verliezen geleden. Begin november 1944 zijn er nog maar enkele Panthertanks inzetbaar. Doordat deze tanks en de bemanningsleden rust nodig hebben worden ze in de tweede week van november 1944 via Roermond teruggetrokken naar Duitsland. De verkeersbrug bij Roermond werd op 28 oktober 1944 vernield door Amerikaanse bommenwerpers.

Duitse voertuigen werden reeds vanaf begin oktober 1944 met behulp van een pontveer iets ten noorden van de vernielde verkeersbrug overgezet. In de avond van de 8e november komt de tank van Feldwebel Konietzny vanuit Horn bij het pontveer aan. Het is een donkere avond. Er kan vanwege de Geallieerde vliegtuigen geen licht gemaakt worden. De Panthertank rijdt voorzichtig het pontveer op. Door de duisternis wordt de tank scheef het veer opgereden. Vanwege de haast waarmee men moet werken merkt niemand de fout op. Als het pontveer wil afvaren schuift de tank met de bemanning de Maas in. De 3 bemanningsleden verdrinken in het koude maaswater. Aangezien ook het pontveer zinkt is na de oorlog niets bekend omtrent het lot van de tank en zijn bemanning.

In 1959 wordt de Maasbrug bij Roermond vernieuwd. Bij de voorbereidende werkzaamheden stuit een drijfbok van Rijkswaterstaat in juni 1959 op een obstakel in het water. Bij nader onderzoek blijkt het de Panthertank te zijn. De tank wordt geborgen. De stoffelijke resten van Feldwebel Ulrich Konietzy en zijn 2 kameraden worden geborgen en begraven op de Duitse militaire begraafplaats in Ysselsteyn.

Door Dhr. Hugo Levels

Luitenant Charles Morley

UK 1e Gordon Highlanders / 15th Scottish Divisie

Luitenant Charles Morley is getrouwd en vader van een zoon als hij in 1943 zijn oproep ontvangt voor militaire dienst in het Britse leger. In het dagelijkse leven is hij politieagent. In 1944 krijgt hij als officier het commando over het bren carrier peloton van het 1e bataljon Gordon Highlanders. Het betreffende bataljon is onderdeel van de 51e Schotse Highland Divisie. Deze divisie begint op 14 november 1944 met de bevrijding van het Leudalgebied. De bren carriers van Charles Morley zijn de eerste Geallieerde voertuigen die Roggel binnenrijden in de ochtend van de 16e november 1944.

In de middag van dezelfde dag moet de eenheid verder in de richting van het Afwateringskanaal. De Schotse soldaten graven zich in rond de boerderijen aan de Vlaas. In de avonduren gaat Charles Morley op eigen verzoek met een patrouille de kanaaloevers verkennen nabij de Neersebrug. Er is daar een sluisje aanwezig welk als mogelijk oversteekplaats voor het bataljon zou kunnen dienen. Vlak voor de kanaaloever laat luitenant Morley de rest van de patrouille in dekking gaan. Hij kroop alleen verder in de richting van het sluisje. Het is een nevelige en druilerige avond. De kanaaloever is moeilijk herkenbaar.

Op het moment dat hij opstaat om de overzijde van het kanaal beter te kunnen zien volgt er een vuurstoot uit een Duitse mitrailleur. Charles Morley is direct dood. Zijn stoffelijk overschot wordt later in de avond geborgen.

De volgende dag ( 17 november 1944) steekt het Gordon Highlander bataljon het afwateringskanaal over. Dezelfde dag word luitenant Morley begraven in een veldgraf bij de boerderij van de familie Theelen aan de Vlaas. In 1946 krijgt hij zijn definitieve graf op de Britse militaire begraafplaats in Venray.

Door Dhr. Hugo Levels

Social Media

Volg ons ook op facebook en/of instagram.

Monument

Secretariaat